Begin deze maand vierden we nog maar Sinterklaas, en Kerstmis staat alweer voor de deur. Daartussenin wringen alle leerlingen in Vlaanderen zich door de examenperiode. De ene glijdt er probleemloos door, de andere moet het met trekken en duwen afhaspelen. En dan volgt het Kerstrapport. En dat lijkt vaak in niets op het oordeel van de goede Sint.
Wie goed is krijgt lekkers…
De goede Sint beloont de lieve en brave kinderen. Iedereen die kinderen heeft, weet hoe indrukwekkend die autoriteit is: de weken voordien doen de kleinsten hun uiterste best om zeker niet in de zak te belanden, maar wel lekkers te krijgen.
En elk jaar opnieuw proclameert de Sint zijn verlossende oordeel: er zijn dit jaar geen stoute kinderen bij. Hij ziet alleen het goede en beloont navenant. Over de zak wordt nauwelijks nog gesproken, net zomin als over de redenen waarom die eventueel verdiend ware geweest.
… wie stout is de roe
Maar wanneer de Sint het land al lang weer verlaten heeft, keert de realiteit van het rapport terug. De natuurlijke reflex is dan niet om naar het goede te kijken, maar om te speuren naar elk mogelijk tekort. Bij sommigen is het niet lang zoeken naar rode cijfers, bij anderen vind je wel iets dat beter kan (“waarom is dit maar 60%?”). Net bij die leerkrachten staan we straks in de rij op het oudercontact, en niet bij die van de uitmuntende cijfers.
Wie aan de jongere zelf vraagt waarom een vak zwakker scoorde, hoort steevast hetzelfde arsenaal excuses waarvan we onszelf vroeger ook bedienden: “De leerkracht kan het niet uitleggen.”; “Het examen was veel te moeilijk.”; “We hebben dat nooit gezien in de les.”; “ De leerkracht heeft iets tegen mij.”.
Zo’n uitvluchten hebben gemeen dat ze de oorzaak buiten zichzelf leggen. De leerling kan er niets aan doen. Volgende keer beter? Misschien, als we geluk hebben.
Succes in de toekomst motiveert
Wie een eerlijk antwoord van een jongere wil, vraagt beter hoe het komt dat de sterkste vakken net zo goed scoorden, zelfs al gaat het over LO, PO of godsdienst. Dan krijg je plots antwoorden als: “Ik kende de leerstof goed.”; “Ik vind dat vak interessant.”; “Ik ben daar goed in.”. Ook op het oudercontact krijg je net bij die leraren de feedback waar een leerling trots op kan zijn.
Hier ligt de oorzaak van het succes ineens bij de jongere zelf. Volgende keer weer goed? Natuurlijk, want hij kan er zelf iets aan doen. Wie een jongere wil demotiveren, moet vooral blijven werken met de strategie van de mislukking: zoek wat niet goed gaat, wrijf ze er met de neus in en voeg nog een schep kritiek toe over bv. beperkte aandacht of negatief gedrag. De self-fulfilling prophecy doet de rest.
De Sint begrijpt dat focus op het goede trots maakt. Dat geeft voldoening en motivatie voor de toekomst. En is iets toch minder goed? Dan is mildheid gepast, in het licht van de vele talenten, resultaten en/of inspanningen die de balans rechttrekken. En kan er uiteindelijk echt iets beter? Toon dan vooral hoe dat in de toekomst kan, en hoe je daarbij zal helpen. Louter vaststellen dat iets niet goed genoeg was, brengt niemand verder, integendeel.
Vraag niet om een lichtere last…
De Sint mag dan mild zijn, maar leren is dat niet altijd. Toch helpt het jongeren niet wanneer we blijven hameren op wat misliep. Wanneer we leerlingen laten ontdekken waar ze wél sterk in zijn, ontstaat opnieuw perspectief. Pas dan wordt groei opnieuw mogelijk, ook wanneer het even moeizaam ging.
Bij Leerwijzer geloven we dat jongeren sterker worden wanneer hun talenten zichtbaar worden. Niet door een mislukking te bestraffen, maar door te bouwen op wat hen vooruit helpt, zodat ze de beste versie van zichzelf kunnen worden.

