Neurodiversiteit: woke of waardevol?

Een term die beroert

Het begrip neurodiversiteit duikt steeds vaker op in de onderwijs- en zorgcontext. Sommigen zien het als een modewoord uit de “woke”-cultuur, anderen als een welkome verschuiving in ons denken over leren en gedrag. De waarheid ligt, zoals zo vaak, ergens in het midden.

Meer dan een modewoord

De term neurodiversiteit is neutraler en minder stigmatiserend dan labels als “stoornis” of “afwijking”. Ze kadert leer- en ontwikkelingsproblemen in hun juiste, neurologische context: de werking van het brein, die bij elk individu uniek is. Net zoals een persoonlijkheid zich op verschillende manieren uit, zo vertaalt ook die neurologische variatie zich in een diversiteit aan gedragingen en talenten.

In die zin is neurodiversiteit geen eufemisme, maar een feitelijke vaststelling: mensen verschillen in hoe hun brein werkt. En dat verschil is niet per se een tekort. Vaak maakt het moeilijke thema’s net beter bespreekbaar. Het kan zelfs klinken als een superkracht: niemand evenaart het oog voor detail van iemand met autisme, of de onuitputtelijke creativiteit van iemand met ADHD.

Stoornis of verschil?

Critici vinden de term te soft: we moeten een kat een kat durven noemen. Maar afkortingen als ASS en ADHD klinken voor buitenstaanders vaag en voor betrokkenen hard. Ze verwijzen immers letterlijk naar een stoornis. En wat storend is, dat wil men liever niet zijn. Een “normale” mens heeft toch controle over zijn gedrag?

Het is dan ook eigen aan psychische of neurologische labels dat ze vaak weerstand oproepen, en dan is de weg naar hulp en groei lang. In het geval van kinderen en jongeren vaak té lang, waardoor aanvaarding soms pas komt wanneer er al onherstelbare schade is geleden.

Het begrip neurodiversiteit haalt de scherpte weg uit dat oordeel. Het zegt niet of iets goed, slecht of storend is, alleen dat het anders is. En dat verschil mag er zijn, met zijn ongemakken, maar ook met zijn talenten.

Van diagnose naar mens

Bij Leerwijzer kijken we voorbij de naam van een diagnose. We zoeken naar talenten, naar wat jongeren wél drijft. De term neurodiversiteit helpt daarbij: ze maakt de diagnose anoniemer, milder en daardoor aanvaardbaarder voor de jongere zelf én voor zijn omgeving.

Want uiteindelijk draait het om wie de jongere is, wat hij kan, en vooral wat hij wil en kan worden. En dat is precies waar wij bij Leerwijzer in geloven: elk brein leert anders, maar ieder mens kan groeien.